Buscar

Het Kleurenmonster: Taal

Actualizado: feb 21

In deze blog vind je suggesties voor taalontwikkeling rondom Het Kleurenmonster.



Woordenschat


Woordveld:

Je hebt nodig:

- Papier

- Een stift

Wat weten de kinderen al over emoties? Maak samen een woordveld om de kennis te activeren. Werk gedurende het thema verder vanuit dit woordveld.

Schrijf de woorden op een vel papier. Welk lidwoord hoort ervoor?

Laat de kinderen zinnen bij de woorden bedenken en klap de woorden.

Maak tekeningen bij de woorden, plak er afbeeldingen bij of laat de kinderen deze er zelf bij maken. Hang het woordveld op. Herhaal moeilijke woorden gedurende de week om de woordenschat uit te breiden. Variatie: Maak een groot kleurenmonster en hang daar gekleurde linten aan. Bij ieder lint hang je de woorden die bij die groep horen.

Bijv. bij het rode lint alle woorden die gaan over de kleur rood of de emotie boos.


Mindmappen:

Je hebt nodig:

- Een woordveld

- Een aantal hoepels.

Ga mindmappen met het gemaakte woordveld. Laat de kinderen nadenken over welke woorden bij elkaar in een hoepel moeten komen te liggen of spreek al een categorie af, zoals kleuren, gevoelens, school enz... en laat de kinderen daar woorden bij zoeken.

Vraag steeds na waarom kinderen deze keuze maken. Druk de woorden met afbeeldingen nogmaals af en laat de kinderen tijdens de werkles in tweetallen nog eens met de mindmap aan de slag gaan of geef ze juist de opdracht om een compleet nieuwe mindmap te maken.

Bekijk meer voorbeelden van mindmappen met kleuters op deze website


Rara, welk woord zoek ik?

Je hebt nodig:

- Een woordveld

Gebruik de woorden op het woordveld. Omschrijf er eentje aan de hand van een raadsel. Weten de kinderen welk woord er wordt bedoeld?

Laat ze zelf ook een woord kiezen en omschrijven.


Afbeeldingen combineren met echte voorwerpen:

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

- Bijpassende concrete materialen

Laat de kinderen voorwerpen bij woordkaarten/afbeeldingen zoeken om er nog meer betekenis aan te geven.

Spel: Mag ik van jou?

Je hebt nodig:

- Voor ieder kind een woordkaart.

Zorg ervoor dat ze dit kaartje goed zichtbaar voor hun buik houden, zodat iedereen het plaatje kan zien. Herhaal zo nodig aan het begin even alle woorden bij de plaatjes, zodat iedereen weer weet, wat zijn of haar woord is. Eén kind heeft geen kaartje.

Dat kind vraagt ... (naam), mag ik van jou…(het woord)?”

Nu stelt het kind zonder kaartje en ander kind een soortgelijke vraag.

Gaat dit spel klassikaal goed, dan kun je het ook in kleinere groepjes spelen, zodat de kinderen sneller aan de beurt zijn.


De bom!

Je hebt nodig:

- Een keukenwekker

- Het woordveld.

Hoeveel woorden van het woordveld kunnen de kinderen opnoemen voordat de keukenwekker afgaat?


Welke hoort er (niet) bij?

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

Noem steeds een rijtje woorden. Kunnen de kinderen vertellen waarom deze bij elkaar horen? Bijv. rood-geel-blauw-groen

Rood, slaan, schreeuwen, stampen

Geel, zon, feest, lachen. Enz...

* Variatie: Welk woord hoort er niet bij? Zet er een woord tussen die er niet bij past.


Emoties gooien:

Je hebt nodig:

- Een gekleurde prop papier of pittenzakken

- Woordkaarden

- Een koord

Geef de kinderen een gekleurde prop papier of pittenzakken en hang door de klas de woordkaarten op. Laat de kinderen de prop gooien naar…


Twister:

Je hebt nodig:

- Een Twister spel

- Kleurenmonsterplaatjes

Er mogen 4 deelnemers klaar gaan staan voor het Twisterkleed.

Eén van de deelnemers die er naast staan te wachten, draait de wijzers op de draaischijf rond. De begeleider bij het spel vertelt op welk Kleurenmonster de deelnemers mogen gaan staan met handen of voeten. Bijv. rechterhand op het blauwe Kleurenmonster etc.

Degene die het langst kan blijven staan, heeft gewonnen.

Kritisch luisteren


Spel: Wie/wat ben ik? (Variatie 1):

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

Neem een woord in gedachten en omschrijf dit, de kinderen raden.

De kinderen mogen 10 ja/nee vragen stellen. De leerkracht beantwoordt deze.

Later kan een kind in gedachten nemen en mag de klas ja/nee vragen stellen.

Spel: Wie/wat ben ik? (Variatie 2):

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

- Een hoofdband

Je kunt ook een woordkaart op een hoofdband (bijv. die uit het gezelschapsspel "Wie ben ik?") bevestigen en het kind die deze hoofdband op heeft door middel van vragen erachter laten komen wat er op de woordkaart staat

Spel: Wie/wat ben ik? (Variatie 3):

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

Vraag een leerling even naar de gang te gaan en spreek met de groep een woord af.

Daarna komt de leerling terug de klas in en geeft de groep aanwijzingen zonder het woord te zeggen.

Spel: Wie/wat ben ik? (Variatie 4):

Je hebt nodig:

- Voorwerpen, passende bij dit thema

- Een mand.

Stop de voorwerpen in een mand en omschrijf ze één voor één en/of laat de kinderen dit doen. De andere kinderen raden vervolgens om welk voorwerp het gaat.

De voorwerpen die geraden zijn, worden in de kring gelegd.

Spel: Wie/wat ben ik? (Variatie 5):

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

Eén kind zit op de stoel van de juf/meester. De leerkracht houdt een afbeelding of voorwerp boven dit kind, zodat de klas het kan zien, maar het kind zelf niet. De klas geeft het kind op de stoel omschrijvingen. Kan het kind raden wat/wie hij/zij is?

Of het kind stelt de klas vragen en de klas mag alleen met ja en nee antwoorden.


Spel: Wie/wat ben ik? (Variatie 6):

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

- Plakband

Dit spel speel je in tweetallen. Plak bij ieder kind een woordkaart achterop de rug.

Laat ze vragen stellen aan hun maatje.

Dit maatje mag het woord niet noemen maar mag er wel iets over vertellen.


Goed of fout?:

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

Jij vertelt iets over de woordkaart, passende bij het thema, bijv. Het Kleurenmonster is verdrietig. Hij voelt zich geel. Als dit waar is, mogen de kinderen op hun stoel gaan staan. Vertel jij iets wat helemaal niet klopt, dan blijven de kinderen zitten.


Waar of niet waar? (bewegend leren)

Geef de kinderen een stelling. Bijvoorbeeld: Als je verdrietig bent, dan moet je lachen.

Als ze denken dat het waar is doen ze beweging A en als ze denken dat het niet waar is, dan doen ze beweging B. Elke keer wanneer je deze Energizer doet, bedenk je andere bewegingen bij A en B.


Vragen stellen:

Je hebt nodig:

- Een verhaal over het Kleurenmonster

Lees een verhaaltje over het Kleurenmonster voor. Stel er daarna vragen over.

Zinsbouw


Zinnen bedenken:

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

Laat de kinderen een zin bedenken bij het woord op een woordkaart.


Zinnen langer maken:

Je hebt nodig:

- Woordkaarten

Neem een woordkaart en geef de kinderen er het begin van een zin bij.

Laat ze de zin langer maken. Bijvoorbeeld:

  • Het Kleurenmonster zegt...

  • In het potje zitten...

  • Het Kleurenmonster voelt ...

  • Het Kleurenmonster eet...

  • Het Kleurenmonster kijkt...

Spreekwoorden


Spreekwoorden:

Je hebt nodig:

-

Er zijn ook spreekwoorden over gevoelens en kleuren. Wat zijn dat spreekwoorden?

Kennen de kinderen de volgende spreekwoorden?

Met bonzend hart - bang zijn

Mijn hart klopt in mijn keel - Ik ben bang

Tranen met tuiten huilen - Heel hard huilen

Van ruilen komt huilen - Houd wat je hebt, anders krijg je er misschien spijt van.

Dubbel liggen van het lachen - Erg hard moeten lachen

Hij lacht als een boer die kiespijn heeft - Lachen om iets wat je eigenlijk niet leuk vindt

Uit je slof schieten - Boos worden

Gauw op je teentjes getrapt zijn - Snel boos worden

Het zwarte schaap zijn - Anders zijn

Zo zwart als roet - Heel erg zwart

Groene vingers hebben - Goed met bloemen en planten om kunnen gaan

Iemand groen licht geven - Iemand toestemming geven

Op deze website vind je nog meer spreekwoorden over emoties en kleuren.

IPad


Digitale mindmap:

Je hebt nodig:

- Een iPad

- Een mindmap app, zoals iMindMap kids

Maak een digitale mindmap bij het thema Kleurenmonster. Maak hierbij gebruik van een mindmap app. Een mindmap is een techniek om je gedachten en denkpatronen in beeld te brengen. Je kunt de verbanden tussen dingen mooi zien.

En zo op andere ideeën komen. Het doel van een mindmap is het in kaart brengen van alle aspecten van een onderwerp. Je kunt ook een prentenboek als uitgangspunt nemen.

De onderlinge relaties en aspecten worden zo duidelijk. Het geeft je inzicht!

Zorg dat je van te voren verschillende plaatjes op je computer hebt staan die te maken hebben met het prentenboek of onderwerp.

Wanneer je de iPad aansluit op het digibord kun je alle kleuters mee laten kijken.





Onder het tabblad geletterdheid op deze website vind je meer achtergrondinformatie over het aanbieden van versjes bij kleuters.

Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!




1,079 vistas0 comentarios

Entradas Recientes

Ver todo

© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com