Buscar

Het Kleurenmonster: Gecijferdheid

Actualizado: feb 20

In deze blog geef ik je lessuggesties rondom gecijferdheid bij het Kleurenmonster.



Hoeveel gekleurde dopjes (of Kleurenmonsters) liggen er achter je?


Je hebt nodig:

- Teldopjes of Kleurenmonsters

  • Tellen:

Een kind is Het Kleurenmonster en zit met een blinddoek op in de kring.

Er komt steeds een kind een gekleurd dopje achter hem in zijn potje leggen.

Kan het kind raden hoeveel er achter hem liggen?

* Variatie: Een kind gaat op handen en knieën zitten. Wijs steeds een kind aan.

Deze gaat een dopje of Kleurenmonster op zijn rug leggen.

Weet het kind hoeveel er op zijn rug zijn gelegd? Help het kind door bijvoorbeeld vijf dopjes of Kleurenmonsters naast hem neer te leggen. Na afloop kijkt en telt hij dan hoeveel er nog liggen en vertelt hoeveel er dan dus op zijn rug liggen.

Kleurenmonster dobbelsteen


Je hebt nodig:

- Een themadobbelsteen. Je kunt de dobbelsteen hier downloaden.

  • Getalbeelden:

Deze dobbelsteen kun je voor allerlei lesjes rondom beginnende gecijferdheid gebruiken.


Levend ganzenbord:


Je hebt nodig:

- Cirkels met cijfers erop

- Een Kleurenmonsterknuffel

  • Getalsymbolen:

Leg de cirkels op de vloer. Leg ze in eerste instantie in de verkeerde volgorde/in de war. Kunnen de kinderen ze op de goede volgorde leggen.

  • Getalbeelden:

Daarna rollen de kinderen om beurten met een dobbelsteen en plaatsen een Kleurenmonster knuffel evenveel stappen vooruit. Lukt het binnen 10 worpen?

Getalkaarten


Je hebt nodig:

- Getalkaarten. Je kunt ze hier downloaden.

  • Getalsymbolen:

Deze getalkaarten kun je voor allerlei lesjes rondom beginnende gecijferdheid gebruiken.



Je kunt de getalkaarten op allerlei manieren inzetten:


Getalsymbolen herkennen en benoemen:

  1. Bewegend flitsen: Maak een stapeltje van de getalkaarten en flits ermee. De kinderen zeggen welk getal ze zien. Spreek met de kinderen af dat het getal van de week het kaartje is waarbij ze boos mogen stampen of blij mogen springen. Steeds wanneer de kinderen het 'stamp of spring' kaartje zien, stampen ze of springen ze de lucht in.

  2. Memory: Print de getalkaartjes twee keer uit. Leg ze op de kop en speel memory.

  3. Zoek je maatje: Print de getalkaartjes twee keer uit. De kinderen zoeken het kind met hetzelfde getal en gaan naast elkaar in de kring of op de grond zitten. Variatie: Laat ze iemand zoeken die 1 meer of 1 juist 1 minder heeft.

  4. Rara, waar ben ik? Verstop een afbeelding van het gekleurde Kleurenmonster onder één van de getalkaarten. De kinderen raden vervolgens waar deze ligt. Ze moeten het getal eerst juist benoemen en daarna mogen ze kijken of het klopt.

  5. Bewegend leren: Leg hoepels met getalkaarten erin neer. De kinderen krijgen een pittenzakje en gaan om de hoepels heen staan. Noem nu een getal. De kinderen proberen hun pittenzak in de juiste hoepel te mikken. Wie had het goed?


De getallenrij:

  1. Alles op een rijtje: De kinderen zitten in de kring. Jij hebt de getalkaartjes vast. Je laat een willekeurig kaartje zien en legt dit kaartje in de kring. Daarna laat je het volgende kaartje zien. Waar zou dit kaartje moeten liggen. Maak samen een getallenrij van alle kaartjes in de kring.

  2. Kaartje terugleggen: De kinderen zitten in de kring (op volgorde van de getallen) en hebben hun getalkaartje vast. De leerkracht noemt een getal. Dit kind mag zijn/haar getalkaartje in de kring komen leggen. Wanneer een kind zijn getal niet herkent of niet reageert, zullen de anderen dit misschien wel opmerken. Ze kunnen immers tellen wie welk getal heeft.

  3. Wat klopt er niet?: Leg de getallen in de juiste volgorde in de kring. De kinderen doen de ogen dicht. Haal een getal weg of verwissel twee getallen. Kunnen de kinderen ontdekken wat er niet goed is? Speel dit spel ook een keer met alleen de even of de oneven getallen.

  4. We maken een kringetje: Geef ieder kind een getalkaart en de opdracht om in de kring te komen zitten op de juiste volgorde. Getal 1 moet naast de juf zitten, daarnaast 2, dan 3 etc. en het laatste getal, getal nummer... zit ook weer naast de juf. De kinderen zullen naar je toe komen om te vragen waar ze moeten zitten. Vertel ze dat ze hulp mogen vragen van klasgenootjes. Jij zegt niks. Er zullen altijd kinderen zijn die gaan regelen. Als iedereen zit vertellen de kinderen één voor één welk getal ze hebben en steken dit omhoog. Zitten we allemaal goed? Zo niet, welke kinderen moeten nog wisselen? Speel het spel nog een keer.

  5. Verstoppertje spelen: Leg de getallen in de juiste volgorde. Gebruik een Kleurenmonsterknuffel waar de kinderen eerst aan moeten vertellen welke getallen ze zien. Het Kleurenmonster gaat een verstopspelletje met de kinderen spelen. Hij gaat op één of meerdere getallen liggen. Welke getallen zijn bedekt? Variatie: De kinderen doen de ogen dicht. Het Kleurenmonster pakt een getalkaart weg. De kinderen mogen weer kijken. Welk getal is er nu weg? Maak het spel moeilijker door meerdere getallen weg te halen.

  6. Wie is er weg? De kinderen zitten in de kring en hebben hun getalkaart (in de juiste volgorde) zichtbaar in hun handen. De kinderen doen de ogen dicht. De leerkracht tikt één kind aan. Dit kind verstopt zich met het kaartje. Dan mogen de kinderen hun ogen weer opendoen. Welk getal is verdwenen? Wordt het juiste getal genoemd, dan komt het kind dat dit kaartje heeft weer in de kring zitten. Breid dit uit door meerdere kinderen in één ronde aan te tikken. Zij verdwijnen en wanneer hun getal genoemd wordt, komen ze terug in de kring.

  7. Het geheime getal: Jij neemt een getal in gedachten. De kinderen gaan allemaal op hun stoel staan, met hun getalkaartje zichtbaar in de hand. Zorg ervoor dat de kinderen hun getal goed zichtbaar vast blijven houden. Ze mogen het geheime getal gaan raden. Als het getal bijvoorbeeld 18 is en een kind 20 raadt, zeg jij 'lager' en moeten alle kinderen die 20 of hoger dan 20 hebben gaan zitten. Nu raadt een kind 5. Jij zegt 'hoger' en alle kinderen die 5 of lager hebben gaan zitten. Wie raadt het getal?

  8. Raad het getal: Leg de getallenlijn in de kring. Zorg ervoor dat alle kinderen aan de goede kant zitten (en het spel dus niet op z'n kop zien). Leg een Kleurenmonster aan het begin van de getallenlijn (voor de 1) en een andere kleur Kleurenmonster aan het eind (achter de 10 of 20). Neem een getal in gedachten. De kinderen mogen raden. Vertel of het geraden getal te hoog of te laag is. Verplaats het ene Kleurenmonster naar rechts wanneer het getal meer moet zijn en verplaats de andere naar links als het getal minder moet zijn. Bijv. Jij hebt 7 in gedachten. Een kind raadt 4. Dit is te laag. Verplaats het Kleurenmonster, schuif hem over de 1, 2, 3 en 4. De getallen tussen de twee Kleurenmonsters kunnen nog geraden worden. Nu wordt 8 geraden. Dit is te hoog. Verplaats het andere Kleurenmonster naar de 8. De getallen tussen 4 en 8 blijven over. Ga zo verder. Wie raadt het getal?

  9. Hoger/lager (1) : Neem een stapeltje getalkaarten en schud ze goed. Draai de eerste kaart om. Vraag de kinderen welk getal hierop staat. Laat de kinderen nu raden of er op de volgende kaart een hoger of lager getal staat. Draai de volgende kaart om. Is het hoger of lager? Ga zo verder.

  10. Hoger/lager (2): Geef elk kind een kaart. Laat één van de kinderen de naam van een ander kind noemen. Heeft hij een hoger of lager getal op zijn kaart staan?


Hoeveelheden koppelen aan getallen:

  1. Voorwerpen koppelen: Leg een aantal getalkaarten in de kring en leg hier evenveel gekleurde dopjes bij.

  2. Coöperatieve opdracht: Zorg voor getalkaarten waarvan het totale aantal bij elkaar opgeteld het aantal kinderen in de klas vertegenwoordigt. Elk kind krijgt een gekleurd dopje. Geef ze vervolgens de opdracht om de gekleurde dopjes op de kaarten te leggen. Precies evenveel als dat het getal op de kaart aangeeft. Wijs daarna kinderen aan dit dit mogen controleren.

  3. Memory: Stop de getalkaartjes van de getallen 1 t/m 10 onder een bekertje en stop daarnaast ook hoeveelheden kleurendopjes onder bekertjes. Zoek het getal bij de juiste hoeveelheid.

  4. Zoek dezelfde, maar toch anders: Gebruik de getalkaarten en kaarten met daarop het getalbeeld (bijv. stippen of vingers die een aantal aangeven). Geef de helft van de groep een getalkaart en de helft een kaart met een (bijbehorend) getalbeeld. Vertel dat de kinderen met een getalkaart op zoek moeten naar de kinderen met het getalbeeld, behorende bij dit cijfer. De kinderen lopen door de kring en gaan bij het juiste kind staan. Wanneer iedereen zijn cijfer gevonden heeft, controleer je of het klopt. Andersom (het getalbeeld bij een getalkaart zoeken) kan natuurlijk ook. Laat de kinderen ook eens van kaartje wisselen en speel het spel dan opnieuw.

  5. Dobbelsteenspel: Nummer 12 voorwerpen met de getalkaarten 1 t/m 12. Leg de voorwerpen in de juiste volgorde en tel ze. Tel ook eens verder vanaf een bepaald getal, tel terug, tel met sprongen. Gooi vervolgens met 2 dobbelstenen. Kijk wat je gegooid hebt en pak het desbetreffende voorwerp.


Onder het tabblad gecijferdheid op deze website vind je meer achtergrondinformatie over gecijferdheid bij kleuters.

Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!

3,594 vistas0 comentarios

Entradas Recientes

Ver todo

© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com