Buscar

Piet: SEO/emoties

Actualizado: feb 18

In deze blog vind je een verzameling lessuggesties om de emotionele ontwikkeling van jonge kinderen bij het thema Piet te stimuleren.



Zelfbeeld en zelfvertrouwen

Wat kun je al goed en waar wil je beter in worden?

Je hebt nodig:

-

Vraag de kinderen waar Pieten goed in zijn. Waar is de paardenpiet goed? En de bakpiet? En de klimpiet? En de wegwijspiet?

Waar zijn ze nog niet zo goed in. Hoe komt dat? Is dat erg?

Vraag nu aan de kinderen wat ze al goed kunnen en waarom ze dat vinden.

Bijvoorbeeld: Ik ben goed in voetbal, want ik kan heel hard schieten.

Hoe komt het dat ze hier zo goed in zijn geworden?

Daarnaast bedenken ze ook een kracht die goed bij hen past en waar we in de klas wat aan hebben zoals: behulpzaam zijn, goed kunnen uitleggen of dingen oplossen.

Zijn er ook kinderen die kunnen vertellen waar het andere kind volgens hen goed in is?

Laat ze ook vertellen over waar ze beter in zouden willen worden.

Hoe zou je daar beter in kunnen worden?

Wat denk je dat beter helpt: als je tegen jezelf zegt dat je iets niet kan of als je zegt: IK KAN HET!? Ook als het dan nog niet lukt voelt het in ieder geval fijner om het te oefenen.


Kanjerkaart:

Je hebt nodig:

- Een Kanjerkaart. Je kunt de kaarten hier downloaden.

Kies iedere dag een kanjer van de dag of laat deze door de kinderen kiezen. Geef deze kanjer een oorkonde, waarop zijn/haar positieve gedrag/eigenschap/daad wordt benoemd.

Bevestig er een echte Pietenpluim aan!



Emoties: algemeen



Emotiekaarten:

Je hebt nodig:

- Emotiekaarten. Je kunt ze hier downloaden.

- Gekleurde dopjes.

Leg de emotiekaarten in de kring. Laat de kinderen benoemen welke kleuren ze zien en welke emotie daarbij hoort. Geef elk kind een dopje en noem een situatie. De kinderen leggen hun dopje vervolgens op de emotie die ze erbij vinden passen.

Voorbeelden van situaties kunnen zijn:

  • Piet valt van het dak

  • Piet krijgt een tekening

  • Piet eet eet pepernoten

  • Piet hoort geluiden in de nacht

  • Het is donker

  • Piet is ziek

  • Piet ging uit fietsen en toen klapte zijn band

  • Piet ligt in zijn hangmat

  • Piet heeft een gat in zijn zak en is de cadeautjes kwijtgeraakt

  • Piet krijgt een cadeautje

  • Piet mist Sinterklaas

  • Piet zijn pepernoten zijn gestolen

  • Piet is gevallen

  • Piet rolt over de grond van het lachen.

  • Piet heeft er geen zin meer in.

  • Piet ziet een grote spin.

  • Piet ligt op het strand.

  • Piet heeft niemand om mee te spelen.

  • Piet heeft ruzie met een andere Piet



Sorteerspel:

Je hebt nodig:

- Sorteerkaarten. Je kunt ze hier downloaden.

- Emotiekaarten. Je vindt ze hier.

Laat de kinderen de kaartjes bij de juiste emotiekaart sorteren.





Een emotiemeter

Je hebt nodig:

- Emotiekaarten. Je kunt ze hier downloaden.

- Wasknijpers met een pasfoto

Hang de emotiekaarten onder elkaar.

Geef ieder kind een wasknijper met zijn/haar naam of pasfoto erop.

Elke dag mogen de kinderen hun knijper hangen bij de kleur zoals zij zich die dag voelen.

Waarvan zijn de meeste/minste?


Emoties uitbeelden en fotograferen:

Je hebt nodig:

- Een fototoestel

- Afbeeldingen van emoties

- Een Pietenmuts

Laat een kind een afbeelding van een emotie zien. Hij/zij is een Piet en beeldt de bijbehorende emotie uit. De andere kinderen hebben de afbeelding niet gezien en raden welke emotie er is uitgebeeld. Fotografeer dit en noteer er eventueel bij waar ze blij, boos, bang, verdrietig of kalm van worden.


Emoties spiegelen:

Je hebt nodig:

-

We gaan een spiegelspel doen. De kinderen staan in tweetallen.

Ze zijn Pieten, die in de spiegel kijken.

De ene Piet laat een gevoel zien. De andere Piet spiegelt dit.


Weekendgesprek:

Je hebt nodig:

- De emotiekaarten

De kinderen vertellen over het weekend.

Ze nemen de piet met de juiste ‘emotie’ bij zich op schoot vertellen erover.


Emotieboekje:

Je hebt nodig:

- Een emotieboekje

Laat de kinderen hun eigen emotieboek maken.

Maak voor iedere emotie een aparte pagina.

Vul deze bijvoorbeeld met:

  • Per emotie een bijbehorende achtergrond (bijv. bij de emotie in de war: met een knikker door de verf rollen, bij de emotie verdrietig: blauwe druppels ecoline met een rietje blazen, bij de emotie bang: zwarte verf sponzen, bij de emotie boos: Met een rode wasco krassen, bij de emotie blij gele/gouden zonnetjes verven en glitters erop, bij de emotie verliefd: hartjes plakken of tekenen, en bij de emotie kalm: Blaadjes afdrukken, sterretjes plakken en/of een groene achtergrond maken met waterverf. Ze plakken op iedere bladzijde de piet met dezelfde emotie.

  • Een tekening waarop de kinderen laten zien waar zij blij, boos, verdrietig enz... van worden (schrijf dit erbij).

  • Laat kinderen foto's van emoties uit tijdschriften knippen en opplakken

  • Plak er een foto van het kind bij, waarop hij/zij de emoties uitbeeldt.

  • Werkbladen over emoties.

Emoties: Bang zijn



Piet is bang:

Je hebt nodig:

- Een Pietenhandpop

Introduceer Piet. Hij is bang. Waarom zou hij bang zijn? Laat Piet vervolgens vertellen waarom hij bang is. Houd vervolgens een gesprek over bang zijn:

  • Wat is bang zijn?

  • Ben jij ergens bang voor?

  • Waarvoor?

  • Hoe voelt dat?

  • Wie is er vandaag bang?

  • Waarvoor?

  • Kun je het zien als iemand bang is?

  • Hoe reageren andere mensen als jij bang bent?

  • Hoe kun je iemand anders bang maken?

  • Hoe kun je iemand helpen die bang is?


Woordveld:

Je hebt nodig:

- Een vel papier met een bange piet

- Een stift

Schrijf alles over bang zijn in een woordveld op een groot vel papier.

Plak er een pictogram/smiley van bang zijn bij en hang het vel op in de klas.


Voelspel:

Je hebt nodig:

- Een zakje of voeldoos

- Enge voorwerpen, zoals een nep spin, nep insect, heks, schuurspons, skelet, knuffel van een draak etc.

Wie durft? Laat een kind iets uit het zakje grabbelen. Wat is dit?

Wie is hier bang van? Wie niet?


Een eng muziekje:

Je hebt nodig:

- Enge muziek

Laat de klas een fragment horen. Wat hebben de kinderen gehoord?

Wat vonden ze van deze muziek? Hoe klonk de muziek?

Kunnen de kinderen als een bange piet rondlopen?


Uitbeelden en fotograferen:

Je hebt nodig:

- Een fototoestel

- Een pietenmuts

De kinderen zijn een bange Piet en beelden de emotie bang zijn uit. Fotografeer dit en noteer er eventueel bij waar ze bang van worden en verduidelijk dit met pictogrammen.

Emoties: Boos zijn



Piet is boos!

Je hebt nodig:

- Een Pieten handpop

Introduceer Piet. Laat hem heel boos reageren. Reageer geschrokken en vraag aan de kinderen wat je zou kunnen doen? Waarom zou hij boos zijn? Laat de handpop vervolgens vertellen waarom hij boos is. Houd vervolgens een gesprek over boos zijn:

  • Wat is boos zijn?

  • Ben jij wel eens boos?

  • Waar word je wel eens boos over?

  • Hoe voelt dat?

  • Wie is er vandaag boos?

  • Waarom?

  • Kun je het zien als iemand boos is?

  • Hoe reageren andere mensen als jij boos bent?

  • Hoe kun je iemand anders boos maken?

  • Hoe kun je iemand helpen die boos is?


Woordveld:

Je hebt nodig:

- Een vel papier met een boze piet

- Een stift

Schrijf alles over boos zijn in een woordveld op een groot vel papier.

Plak er een pictogram/smiley van boos zijn bij en hang het vel op in de klas.


Een boos muziekje:

Je hebt nodig:

- Boze muziek

Laat de klas een fragment horen. Wat hebben de kinderen gehoord?

Wat vonden ze van deze muziek? Hoe klonk de muziek?

Kunnen de kinderen als een boze piet rondlopen?


Boos!!!:

Je hebt nodig:

- Een Pieten handpop

Piet zegt een woord alsof hij boos is en laat de kinderen dit woord herhalen.

Breid dit uit naar zinnen. Bijvoorbeeld: Weg!, Boos! Kwaad! Woest! Woedend! Wegwezen! Stop, hou op! Jij doet naar, bekijk het maar! Laat me met rust! Ik ben boos op jou! Ga weg, ik wil jou niet meer zien! Ik wil niet meer met jou spelen!


Uitbeelden en fotograferen:

Je hebt nodig:

- Een fototoestel

- Een pietenmuts

De kinderen zijn een boze piet en beelden de emotie boos zijn uit. Fotografeer dit en noteer er eventueel bij waar ze boos van worden en verduidelijk dit met pictogrammen.


Emotiemeter:

Je hebt nodig:

- Een emotiemeter. Je kunt deze hier downloaden.

Gebruik een emotiemeter om kinderen die hun gevoelens slecht kunnen verwoorden te leren herkennen in welke fase van kalmte of boosheid zij zitten.


Emoties: Blij zijn



Piet is blij:

Je hebt nodig:

- Een Pietenhandpop

Introduceer Piet. Laat hem heel blij reageren. Waarom zou hij blij zijn? Laat de handpop vervolgens vertellen waarom hij blij is. Houd vervolgens een gesprek over blij zijn:

  • Wat is blij zijn?

  • Ben jij wel eens blij?

  • Waar word je wel eens blij over?

  • Hoe voelt dat?

  • Wie is er vandaag blij?

  • Waarom?

  • Kun je het zien als iemand blij is?

  • Hoe reageren andere mensen als jij blij bent?

  • Hoe kun je iemand anders blij maken?


Woordveld:

Je hebt nodig:

- Een vel papier met een blije piet

- Een stift

Schrijf alles over blij zijn in een woordveld op een groot vel papier.

Plak er een pictogram/smiley van blij zijn bij en hang het vel op in de klas.


Een blij muziekje:

Je hebt nodig:

- Een handpop

- Blije muziek

Zoek 'blije' muziek en laat de klas een fragment horen. Wat hebben de kinderen gehoord? Wat vonden ze van deze muziek? Hoe klonk de muziek? Laat de handpop sprongetjes van blijdschap in de lucht maken door de kinderen de handpop over te laten gooien naar een klasgenoot (roep de naam, ook een leuk kennismakingsspel).

De andere kinderen roepen: "Jeeeeej!" als de handpop een sprongetje maakt.


Uitbeelden en fotograferen:

Je hebt nodig:

- Een fototoestel

- Een pietenmuts

De kinderen zijn een blije Piet en beelden de emotie blij zijn uit. Fotografeer dit en noteer er eventueel bij waar ze blij van worden en verduidelijk dit met pictogrammen.

Emoties: Verdrietig zijn



Piet is verdrietig:

Je hebt nodig:

- Een Pieten handpop

Introduceer Piet. Laat hem heel verdrietig reageren. Waarom zou hij verdrietig zijn?

Laat de handpop vervolgens vertellen waarom hij verdrietig is. Houd vervolgens een gesprek over verdrietig zijn:

  • Wat is verdrietig zijn?

  • Ben jij wel eens verdrietig?

  • Waar word je wel eens verdrietig over?

  • Hoe voelt dat?

  • Wie is er vandaag verdrietig?

  • Waarom?

  • Kun je het zien als iemand verdrietig is?

  • Hoe reageren andere mensen als jij verdrietig bent?

  • Hoe kun je iemand anders verdrietig maken?


Woordveld:

Je hebt nodig:

- Een vel papier met een verdrietige piet

- Een stift

Schrijf alles over verdrietig zijn in een woordveld op een groot vel papier.

Plak er een pictogram/smiley van verdrietig zijn bij en hang het vel op in de klas.


Een verdrietig muziekje:

Je hebt nodig:

- Verdrietige muziek

- Een pietenknuffel

Piet is verdrietig. Luister maar! Laat de klas een fragment horen.

Wat hebben de kinderen gehoord?

Wat vonden ze van deze muziek? Hoe klonk de muziek?

Kunnen de kinderen rondlopen als een verdrietige piet?

Laat de verdrietige piet rondgaan. De kinderen geven hem om de beurt een knuffel.


Uitbeelden en fotograferen:

Je hebt nodig:

- Een fototoestel

- Een pietenmuts

De kinderen zijn een verdrietige piet en beelden de emotie bang zijn uit. Fotografeer dit en noteer er eventueel bij waar ze bang van worden en verduidelijk dit met pictogrammen.

Emoties: Kalm zijn

Piet is kalm:

Je hebt nodig:

- Een Pieten handpop

Introduceer Piet. Laat hem heel kalm reageren. Waarom zou hij zo kalm zijn?

Laat de handpop vervolgens vertellen waarom hij zo kalm is. Houd vervolgens een gesprek over kalm zijn:

  • Wat is kalm zijn?

  • Ben jij wel eens kalm?

  • Waar word je kalm van?

  • Hoe voelt dat?

  • Wie is er vandaag kalm?

  • Waarom?

  • Kun je het zien als iemand kalm is?

  • Hoe reageren andere mensen als jij kalm bent?

  • Hoe kun je iemand anders kalm maken?


Woordveld:

Je hebt nodig:

- Een vel papier met een kalme Piet

- Een stift

Schrijf alles over kalm zijn in een woordveld op een groot vel papier.

Plak er een pictogram/smiley van kalm zijn bij en hang het vel op in de klas.


Rustige muziek:

Je hebt nodig:

- Rustige muziek

Laat de klas een fragment horen. Wat hebben de kinderen gehoord?

Wat vonden ze van deze muziek? Hoe klonk de muziek?

Kun je rondlopen als een kalme piet?


Uitbeelden en fotograferen:

Je hebt nodig:

- Een fototoestel

- Een pietenmuts

De kinderen zijn een kalme piet en beelden de emotie kalm zijn uit. Fotografeer dit en noteer er eventueel bij waar ze bang van worden en verduidelijk dit met pictogrammen.


Pepernotenadem:

Je hebt nodig:

- Pepernoten

Vraag de kinderen om rustig op hun rug op de grond te gaan liggen, met hun onderbenen op een omgekeerde stoel. Leg een pepernoot op hun buik. De kinderen leggen hun handen op hun onderbuik of ontspannen lang hun lichaam. De kinderen sluiten hun ogen.

Zet een relaxmuziekje op. Voelen ze hun ademhaling? Laat de pepernoot langzaam op en neer bewegen. Als je inademt gaat de pepernoot omhoog en als je uitademt weer omlaag. Voelen de kinderen dat ze steeds rustiger worden? De kinderen openen na een aantal keer het rustig volgen van je adem, hun ogen weer. Ze staan rustig op en eten hun pepernoot op. Vraag na afloop hoe de kinderen zich voelden, waar ze aan dachten, hoe ze zich voelden en hoe ze het vonden? Herhaal deze oefening meerdere keren.

Ook zonder echte pepernoot, maar dat de pepernoot erin gedachten ligt!


Op de rug tekenen:

Je hebt nodig:

- Rustige muziek

Laat de kinderen in tweetallen zitten. Het ene kind gaat met zijn rug naar het andere kind zitten. Zet een rustig muziekje op en laat het ene kind bij het andere kind met zijn vinger de zon op de rug tekenen totdat de muziek weer stopt. Hierna wisselen de kinderen.


Het pepernoten-op-je-neus spel:

Je hebt nodig:

- Pepernoten

Leg allemaal een pepernoot bovenaan op je neus. Zorg ervoor dat de pepernoot nergens op je gezicht steunt. Wie kan de pepernoot het langst op zijn neus laten balanceren?


Op de daken:

Je hebt nodig:

- Hoepels

- Rustige muziek

Piet moet heel veel oefenen om op het dak te lopen. Laat alle kinderen in een hoepel staan. Zet een rustig muziekje op. De kinderen lopen voetje voor voetje over de rand van de hoepel met hun handen wijd. Daarna doen we net alsof we een groot pak in onze handen hebben en gooien we het in de schoorsteen.

Daarna lopen we weer terug over het randje voor een nieuw pakje.


Goed luisteren!:

Je hebt nodig:

-

Pieten kunnen héél goed horen want zelfs buiten kunnen ze horen dat wij liedjes zingen. Maar wij kunnen ook goed luisteren natuurlijk! Vraag de kinderen om te gaan liggen met hun ogen dicht. Vertel dat je een geluid gaat maken en als ze het kunnen horen dan mogen ze dat zeggen. Ze gaan liggen met hun ogen dicht. Fluit, klap of zing bijv. zachtjes.

Pietenveer massage:

Je hebt nodig:

- Een gekleurde veer voor alle kinderen

Vraag de kinderen of zij één pijp van hun broek omhoog willen doen. Dan gaan we zachtjes met de veer over ons been, naar onze voet, onder onze voet ( OEHH wat kriebelt dat), dan naar de achterkant van je been naar je knieholte, dan weer terug naar de voorkant van je been en naar je voet en weer terug naar boven via de achterkant van je been.

Onze pijp gaat weer naar beneden en dan gaat onze andere pijp omhoog en doen we hetzelfde weer met de veer.

Daarna vraag je of ze één mouw willen opstropen. Dan gaan we met de veer over onze arm en hand. Vertel dat de binnenkant van je arm iets meer kriebelt dan de bovenkant.

Na de armen is het gezicht aan de beurt. We gaan met de veer over onze wangen, voorhoofd, langs onze neus, weer langs onze wangen naar onze keel.

De kinderen gaan vervolgens in tweetallen tegenover elkaar zitten. Spreek af wie er begint.

Strijk met de veer op het voorhoofd, wangen, langs de oren en nek van de ander.

Strijk met de veer ook langs de handen en tussen de vingers.

Nu mag de ander masseren met de veer.

Pietenveer blazen:

Je hebt nodig:

- Veren

Pietenveren zijn superlicht. Je kunt ze hoog in de lucht blazen met je adem.

Blaas een veertje hard en zacht in de lucht. Laat het veertje dansen.

Leg de veer ook eens op je hand en blaas hem dan ver weg!

De schoorsteen:

Je hebt nodig:

- Kleine lichte voorwerpen (bijv. pittenzakjes, pakjes, kussentjes, knuffels, blokjes)

Ga met je zijkant tegen de muur zitten. Ga op je rug liggen en breng je benen in de lucht.

Draai vervolgens een kwart naar de muur toe, zodat je benen volledig tegen de muur komen te liggen. Trek je tenen naar je toe, zodat je voetzolen naar het plafond wijzen.

Leg je armen naast je lichaam met je handpalmen omhoog.

Adem rustig door en voel de rekking aan de achterkant van je benen.

Leg lichte voorwerpen op de voeten. Dit zijn de pakjes die door de schoorsteen vallen. Leg één voor één ‘de pakjes’ boven op de voeten. Zo worden ze op de schoorsteen gestapeld. Doe nu langzaam je benen open …Hopla, de ‘pakjes’ vallen door de schoorsteen.


Piet ging uit fietsen:

Je hebt nodig:

-

Met deze ademhalingsoefening gaan we de achterband van Piet oppompen: Adem in door je neus en met een lange uitademing blazen we de achterband op. Herhaal dit 2x.

Zo, Piet kan weer fietsen! Je ligt op de grond op je rug en je maakt fietsbewegingen met je benen: heuvel op (langzaam) en heuvel af (snel). Kun je ook achteruit fietsen?

Piet gaat daarna ook even ontspannen: Ga maar lekker liggen op de grond en laat alles zwaar worden, helemaal ontspannen. Leg je handen maar op je buik.

Je mag je ogen dicht doen als je dat prettig vindt. Kan je je adem voelen?

In en uit……..in en uit, heel rustig en ontspannen.


Een verhaaltje:

Je hebt nodig:

- Een verhaal over Pieten.

De kinderen mogen op hun rug gaan liggen en doen hun ogen dicht.

De leerkracht vertelt een verhaaltje over Pieten.


Cadeautje uitpakken:

Je hebt nodig:

-

Als de Sint komt dan is het cadeautjes tijd en mag je de mooiste pakjes uitpakken.

Wat zit er in jouw cadeautje? Je gaat op de grond liggen en maakt je zo klein mogelijk.

Trek je knieën naar je borst en sla je armen eromheen.

* Variatie: Het andere kind rolt je in een laken. Jij bent nu een cadeautje.

Daarna pakt de ander je helemaal uit. Als je wordt uitgepakt maak je jezelf helemaal slap. Als je helemaal bent uitgepakt wissel je om.

Dan mag de ander een cadeautje zijn en worden uitgepakt.


Pepernotenyoga:

Je hebt nodig:

-

We gaan pepernoten bakken.

We beginnen met draaien van balletjes van deeg (wrijf met je handen over elkaar).

De balletjes duwen we dan plat (duw een aantal keer je handen tegen elkaar aan).

De pepernoten gaan de warme oven in (maak een kommetje van je handen en zucht een paar keer warme lucht in je handen).

Het duurt even voordat de pepernoten klaar zijn… (leg je handen over je ogen, doe je ogen dicht en adem een paar keer rustig in en uit…).

Langzaam open je ogen weer en voel je meer rust en misschien ook wel warmte in jezelf!


Pepernotenmassage:

Je hebt nodig:

- Een rustig muziekje

Zet een rustig muziekje op. We gaan pepernoten bakken op elkaars rug. De kinderen gaan in tweetallen zitten, Eentje draait zich met zijn rug naar het andere kind (de Piet) toe.

Meel dwarrelt in de kom (vinger tikken).

Water erbij gieten (strijken met je handen).

Eitje erbij (kloppen en strijken met je handen).

Suiker en speculaaskruiden erbij (vingers cirkelen)

Deeg maken (kneden met je handen).

Pepernoten rollen (handen cirkelen)

Pepernoten aanduwen (duimdruk).

Bak de pepernoten goudbruin (wrijven in je handen en op de rug leggen).

De pepernoten zijn nu klaar! Eten maar (vingers plukken).

En wisselen maar! Nu is het andere kind de Piet.


Pietenyoga:


Onder het tabblad SEO op deze website vind je meer achtergrondinformatie over de emotionele ontwikkeling bij kleuters.

Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!



7 vistas0 comentarios

Entradas Recientes

Ver todo

© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com